Interview: Sarah Morton

Sarah Morton (1987) komt uit een gewoon Nederlands gezin, vader, moeder en een vier jaar jonger broertje.  Hoewel haar ouders het prima met haar redden, oefende de omgeving druk uit om Sarah te laten onderzoeken vanwege haar ‘afwijkende’ gedrag. Toen ze zes jaar was, werd ze gediagnosticeerd als autistisch. Op haar twaalfde belandde ze in het speciaal onderwijs. Dat was voor haar een traumatiserende tijd. Vanaf haar zeventiende is ze gaan schrijven. Ze heeft al een aantal titels op haar naam staan zoals de autobiografische boeken “Afwijkend en toch zo gewoon” en het tweedelige “Collision”, “Wat je niet verteld is”, over kinderen in de baarmoeder, in het gezin en in de maatschappij.

Hoe zou jij autisme in het kort omschrijven?
Voor mij is autisme een karaktereigenschap, en een manier van waarnemen. Mij vallen zaken op waar anderen aan voorbij gaan. Andersom ook. Eerlijkheid (niet kunnen liegen), oog voor details en logica, doorzetten en trouw met afspraken zijn ook positieve kenmerken waar ik me in herken.

Overigens ben ik een paar maanden doorgemeten door een orthomoleculaire arts. Volgens haar is er sprake van vaccinatieschade. Mijn hersenen hebben de BMR-prik niet goed verwerkt (Bof, Mazelen en Rode Hond). Naast ziektekiemen zitten er ook giftige hulpstoffen in de vaccins. Daar zou ook mijn autisme door komen. Nu begrijp ik waarom ik zo snel uitgeput en overprikkeld ben. Ik heb druppels gekregen om te vaccinatie te ontstoren. Hiermee komt mijn eigen beeld over autisme op losse schroeven te staan. Zelf vind ik het niet erg om autisme te hebben. Als ik op mijn eigen manier kan werken, dan kan ik veel moois creëren. Autisme heeft veel mooie kanten, zoals ‘out of the box denken’.

Wat betekent autisme in jouw leven en hoe ga je hier mee om?`
Dat is moeilijk te zeggen. In het dagelijks leven ben ik er niet zoveel mee bezig. Ik richt mijn leven niet in rondom mijn autisme, maar stel mijn doelen, interesses en liefde centraal. Toch heeft de diagnose veel invloed op mijn leven gehad, bijvoorbeeld dat scholen me niet toelieten en dat mensen dachten dat ik niet goed snik ben. Vermoeiend is om bij alles te moeten nadenken wat ik doe. Bij mij gaat niets vanzelf. Wel heel mindful, mijn aandacht erbij houden. Ik kan heel goed in het hier en nu zijn en gewoon ervaren. Het is een haast meditatieve toestand, alleen dan doe ik niets. Ik moet er echt bewust voor kiezen om aan mijn doelen te werken.

Wat doe je in het dagelijks leven?
De meeste dagen werk ik aan mijn boeken of artikels. Ook heb ik een moestuin. Verder spreek ik regelmatig af met familie of vrienden.Ik help mensen waar ik kan, maar alleen als ze daar voor open staan.

Door deskundigen werd ooit gesteld dat je altijd begeleid zou moeten wonen, nu woon je tegen de verwachting in toch zelfstandig. Wat heeft jouw geholpen om zo zelfstandig te worden? Vooral mensen die wel vertrouwen in me hadden en me ontwikkelingskansen boden. Zoals Liesbeth van Boba. (Bureau Opvang Begeleiding Autisme), die mij leerde zelfstandig reizen. We trokken erop uit en zij maakte me bewust van mijn directe omgeving (ik keek altijd naar de grond). Ik leerde de route te wandelen, op borden te kijken, waar ik in en uit moest stappen en ik leerde een chauffeur te woord te staan. Ook vrienden steunden me om de stap te zetten zelfstandig te gaan wonen. Het is een van de beste beslissingen in mijn leven. Eindelijk kan ik mijn eigen weg behandelen, in plaats van het pad dat anderen voor me hadden uitgestippeld.

Waarom ben je begonnen met schrijven van je autobiografische boeken over je ervaringen op het Speciaal Onderwijs en over je leven? Ik had een duidelijk beeld dat deze verhalen de wereld in moesten. Mijn levensverhaal was een idee van Liesbeth (begeleider). Zij is een idealistische vrouw. Zij wil dat mensen met autisme beter begrepen worden en dat zij een zinvol en zelfstandig leven kunnen opbouwen, naar hun eigen mogelijkheden. Het boek Afwijkend en toch zo gewoon, zou een hart onder de riem kunnen zijn voor mensen die tegen dezelfde zaken aanlopen als ik. Ouders kunnen meer vertrouwen krijgen in hun kind.

Over Collision: Al toen ik nog op school zat, voelde ik: Dit verhaal moet de wereld in.Over de strijd binnen school en de band die ik opbouwde met Luka, een spelbegeleidster. Ik wilde de buitenwereld laten weten dat er meer speelt op zo’n school, dan probleemgedrag en deskundigen die dit in juiste banen proberen te leiden. Het is een tragisch verhaal, maar met een mooie ontknoping.

Heeft het schrijven je geholpen in je persoonlijke ontwikkeling?
Het schrijven heeft zeker bijgedragen aan het verwerkingsproces. Ook heeft het me in contact gebracht met gelijkgestemden die ook bezig zijn met een eerlijkere, gezondere en mooiere wereld. Mijn boeken gaven en geven mijn leven zin en betekenis.

Je hebt hele slechte ervaringen met Speciaal Onderwijs. Welke aanpassingen hadden jouw kunnen helpen om je schoolcarrière beter te laten verlopen? Op mijn school werden leerlingen geschopt, geslagen en geïntimideerd. Dat is niet op te lossen met een paar ‘aanpassingen’. Er zou een hele mentaliteitsverandering nodig zijn. Op een ‘gewone’ school met een gezonde atmosfeer, had ik me denk ik wel kunnen redden, als de omgeving me in mijn waarde liet. Zo ging het ook in groep 4 op de basisschool. Ik had een warme en enthousiaste juf, die ook duidelijk en recht door zee was. Ik wist wat ik aan haar had. Meestal ging ze heel gewoon met me om, ik voelde me niet raar of gehandicapt. Ik kon gewoon kind zijn. Bij sommige taken had ik meer uitleg of begeleiding nodig. Over het algemeen waren het goede jaren en kon ik meekomen. In de bovenbouw werd ik gepest en buitengesloten en kreeg ik te maken met een leraar die me mijn autisme probeerde af te leren. Toen wilde ik zelf naar een andere school, maar de enige optie was een ZMOK-school. (Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen)

Denk je dat het op 1 augustus 2014 ingevoerde concept Passend Onderwijs, een maatregel die klinkt alsof alle leerlingen het onderwijs krijgen dat past bij hun leer- en gedragskenmerken, een stap in de goede richting is voor kinderen met autisme? Het zou goed zijn als leerlingen die met wat aanpassingen en extra aandacht prima kunnen functioneren (zoals ik), niet meer nodeloos naar het speciaal onderwijs worden gestuurd en dus een eerlijke kans krijgen op een mooie toekomst. Speciaal onderwijs bestaat dan nog wel, maar alleen voor als het echt niet gaat op een ‘gewone’ school. Ook is het mooi dat een school leerlingen niet zomaar meer mag weigeren. Ouders kunnen hun kind aanmelden bij de school van hun keuze. Als het aanbod van deze school niet kan aansluiten bij de behoeften van een leerling, moet de school zelf een geschikte onderwijsvorm regelen voor het kind. Ook is het een mooi streven dat er (als je de tekst mag geloven) er wordt gekeken wat het kind daadwerkelijk nodig heeft om het onderwijs succesvol te doorlopen, in plaats van dat men afgaat op etiketten op papier. In theorie is het zeker een verbetering. Helaas weet je niet hoe het in de praktijk uitpakt.

Je waarschuwt voor het plakken van labels op kinderen. Kan een label niet juist de deur openen naar goede begeleiding en hulpverlening voor een gezin? Het klopt helaas dat er zonder diagnose vaak ook geen hulp is 🙁 Alsof iemand zonder diagnose niet tegen zaken aan kan lopen. In die zin kan ik het begrijpen als ouders hun kind laten onderzoeken. Maar daarom mogen we nog wel voorzichtig zijn met diagnoses. Wanneer heeft een kind er baat bij? Een diagnose gebeurt op basis van interpretatie van gedrag. Soms is er een fysieke oorzaak van afwijkend gedrag, zoals vaccinatieschade, voedingsintolerantie, voedingstekorten of een verborgen aandoening en die wordt niet erkend. Kinderen krijgen chemische medicatie om hun angsten en woede te onderdrukken, waardoor het immuunsysteem nog meer overbelast raakt. Als een kind niet lekker in zijn vel zit, pleit ik ervoor om alles te onderzoeken. De thuissituatie, hoe het op school gaat, maar ook of er een fysieke oorzaak is.  

In de praktijk plakken ook leerkrachten een label, als het kind anders reageert dan leeftijdsgenootjes.
Als het bijvoorbeeld dromerig of juist spontaan is. Als het antwoord geeft voor zijn beurt, wiebelt op een stoel, uit het raam staart of zo verdiept is in zijn spel dat het de leerkracht niet hoort.
Leerkrachten komen met diagnoses zonder dat ze daar de opleiding voor hebben. 
Mijn kleuterjuf noemde me al ‘zwaar autistisch’. Veel van mijn vrienden hebben zelf geen last van hun autisme of ADHD. Het zijn juist creatieve en talentvolle mensen. Ze lopen vooral tegen oordelen uit de omgeving aan.

Maar ook bevoegde professionals komen met een DSM-diagnose, zonder goed naar de situatie te kijken.
Dan stond er bijvoorbeeld in het dossier dat ik zomaar door de klas kon roepen dat ik geen pen had. Maar zonder pen kon ik nu eenmaal niet aan het werk. En de taken moesten af, anders kon ik tijdens de pauze of tijdens een creatieve opdracht doorwerken.

Mensen zien het kind zelf niet meer, maar alleen de diagnose. Dat heb ik tenminste vaak meegemaakt. Er wordt veel over het kind gesproken en weinig mét het kind. Ook gaan de meeste gesprekken over allerlei zorgen rondom het kind. Indicatie’s, prognoses, het regelen van hulp. Dit kan ook de band tussen ouders en kind negatief beïnvloeden. De aandacht gaat naar problemen. Dat geeft veel stress, waardoor de liefde niet meer vrij kan stromen. Het kind zelf en zijn interesses, kwaliteiten en de mooie momenten samen komen niet meer aan bod. Dat is tragisch.

Op je website Dus! schrijf je dat je mensen wilt helpen met hun bewustwordingsproces. Waar moeten mensen zich bewust van worden? Wat er aan de hand is in deze wereld. Wat kinderen te verwerken krijgen. Invloeden waarvan wij – volwassenen – zeggen dat het bij het leven hoort. Terwijl onze manier van leven misschien wel heel onnatuurlijk is. Ook beschrijf ik hoe we weer met onszelf in harmonie kunnen komen en kinderen gelukkiger, gezonder en natuurlijker kunnen laten opgroeien.

Welke tips zou jij ouders, leerkrachten en hulpverleners mee willen geven bij het opvoeden en begeleiden van kinderen met autisme. Ieder kind is uniek. Zie het kind in zijn geheel en niet alleen het label. Vertrouw in dit kind, ook al gaat het nu niet zo goed. Geef het kind de kans om te leren en zich te ontwikkelen en hou ook rekening met wat het kind aankan. Niet overvragen. Met respect, oprechte aandacht, liefde, begrip en eerlijkheid kun je een heel eind komen. Deze punten gelden voor alle kinderen, met of zonder etiketje. Ook de natuur in helpt om in harmonie te komen. We krijgen gezonde energie en worden rustig in ons hart.

Vragen bedacht door Tineke Dijkstra
Websites
www.dus-sarah-morton.info
afwijkend-en-toch-zo-gewoon.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.