Natasja Hoogerheide: Citostress

Ik zie het helemaal voor me. Het bezoek van de onderwijsinspectie. Aan de cluster 4 school van Zoon. De inspecteur bekijkt de opbrengsten. Veertien kinderen in deze groep. Mmmm, maar van dertien kinderen recente opbrengstgegevens………

“Ik denk dat ik dit jaar maar niks ga opschrijven bij de Cito.” Zoon zei het drie weken geleden. “Als we Cito hebben, dan blijf ik wel even thuis mam.” Duidelijk, Zoon ziet op tegen de Cito. Elk half jaar was het al een uitdaging voor de juf om bij Zoon de toetsen af te nemen. Met veel kunst- en vliegwerk lukte het de juf altijd om Zoon te toetsen. Het viel niet mee, veel angst, veel faalangst, veel blokkades.

De opmerkingen van Zoon komen niet als een verrassing. “Alle kinderen vinden het spannend.”, schrijft de juf in het heen en weerschrift. “We gaan er zo luchtig en goed mogelijk mee om.” Het zal wel los lopen, denken we allemaal. Zoon heeft zoveel sprongen gemaakt de laatste tijd. Hij doet het zo goed! Het komt wel in orde met die Cito.

Enkele dagen voor de toetsweken wordt Zoon onrustig. Hij slaapt minder goed. ’s Nachts wordt hij steeds wakker. Hij wordt boos. Claimend. Hij wil me niet uit het oog verliezen. Verlatingsangst. “Ik wil niet naar school!”, roept hij hard. “Het is allemaal jouw schuld, omdat ik van jou naar school moet!” Aantrekken. Afstoten.

Dan is het vrijdag. Therapie. In de ochtend. Zoon kijkt er altijd naar uit. Hij heeft al veel geleerd. Helpende gedachten. Oplossingen.

We zitten in de wachtkamer. Daar komt de therapeut. Ze is vriendelijk, uitnodigend, net als altijd. Ze vraagt of Zoon meekomt. Op dat moment gaat het fout. Zoon blokkeert volledig. Hij kruipt in elkaar. Onbereikbaar. Hij weigert van de bank af te komen. Hij reageert niet op mij, niet op de therapeut. Hij is angstig. Wat verward. Wanhopig. Hij wordt wat oppositioneel. Hij legt zijn benen en schoenen op de tafel en weigert ze er vanaf te halen. De therapeut praat rustig tegen Zoon. Dat ze begrijpt dat hij het moeilijk heeft. Ze haalt iets te drinken. Zoon reageert op de warme chocolademelk die hij krijgt. Met grote, donkere, wanhopige ogen kijkt hij me aan. Van alles denk ik, van alles voel ik. De tranen rollen over mijn wangen. Uit alle macht probeer ik rustig te ademen, mijn emoties te beheersen. Het lukt me niet zo goed. Ik voel teveel. Ik heb Zoon zo lang niet in deze staat gezien. Het zou toch niet zo zijn dat we nu helemaal terug bij af zijn? Alsjeblieft, laat het voorbij gaan. Laat hem er niet in blijven hangen. Zoon reageert op mijn tranen. “Je hebt toch zakdoekjes bij je?”, vraagt hij. Hij pakt het pakje uit mijn tas. Ik veeg mijn tranen weg. Zo zitten we drie kwartier in de wachtkamer met ons drietjes. We drinken onze warme drank op. Zoon is weer een beetje aanspreekbaar. Zó bang. De angst voor het toetsen is zó groot. Zo buitenproportioneel groot. Hoe moet dat nou verder? Zo kan hij toch niet naar school? Als Zoon helemaal rustig is gaan we weg. Stil loopt hij naast me, dicht bij me. Ik voel zijn grote jongenshand in de mijne glijden. We gaan naar huis. Ik leg hem op de bank, onder zijn zachte deken. Zoon slaapt. Uitgeput.

School vangt het geweldig op. Ze begrijpen dat Zoon heel angstig is. Zoon hoeft maandag geen toets te maken. De juf mailt of ik Zoon nogmaals wil verzekeren dat hij echt maandag gewoon kan komen, zonder toets. Hoe lief. Met deze belofte krijg ik Zoon naar school. Na schooltijd kan ik langs komen. De juf vertelt dat ze met Zoon heeft gepraat. Ook heeft ze overlegd met de IBer en de bovenbouwdirectrice. Ze hebben besloten dat Zoon nu niet toetsbaar is. Als de andere kinderen de toets maken, biedt de juf hem wel de toets aan. Ze legt dan de toets op de hoek van zijn tafel. Zonder druk. Hij krijgt ook iets anders aangeboden wat hij in die tijd kan doen. Zo houdt de juf de mogelijkheid open dat Zoon toch nog zou kiezen om mee te doen. Misschien als hij ziet dat de andere kinderen het ook doen. Maar dat gebeurt niet. Zoon blijft angstig. Van het woord Cito alleen al raakt hij in paniek. Hij vertelt er thuis over. Dat hij zich zelfs bang voelt als de andere kinderen hun toets maken. Dat hij heel blij is dat de andere kinderen niet vragen waarom hij geen toets maakt. Ze accepteren het gewoon. Dat vindt Zoon fijn. Hij wil er graag bij horen.

Hij slaapt slecht. Hij droomt eng. Hij wil niet naar school. Met alles wat ik in me heb lukt het me de volgende ochtend, het is inmiddels woensdag, om Zoon tot op het schoolplein te praten. Stokstijf blijft hij staan, twee meter voor de ingang. Het lukt hem niet om over de drempel te gaan. Even staan we zo samen. Roerloos. Veel kan ik niet doen. Rustig blijven. Voorspelbaar. Zoon is bijna net zo groot als ik. En net zo zwaar. Als hij in paniek raakt, is hij veel sterker. Daar is de klassenassistent. Vriendelijk praat hij tegen Zoon. Ik ga weg. Samen staan ze op het plein. Zoon rent niet achter me aan. Gelukkig. Ik zwaai naar Zoon en loop stevig door. Sterk. Duidelijk. Tot ik om de hoek ben. Wat een verschrikking. Wat een angst bij Zoon. Zo wil je je kind niet achterlaten. Als ik van mijn fiets stap, heeft de klassenassistent al mijn voicemail ingesproken. Zoon is binnen. Hij zit rustig op zijn plaats. Gelukkig.

De volgende ochtend, donderdag. Weer staan we voor de ingang. Op twee meter afstand. Geblokkeerd. De drempel van de school voelt als de Chinese muur. Zoon is onrustig, geagiteerd. Twee medewerkers van school komen me helpen. Ze nemen Zoon mee naar binnen, tussen hen in. Ik slik mijn tranen weg. Als ik een poosje op mijn werk ben, belt de klassenassistent. Zoon heeft het moeilijk. Hij is aan het werken in de speciale luwteruimte, naast de klas, waar het heel rustig is. Hij vertelt dat hij de dag ervoor Zoon geobserveerd heeft. Zoon zat op zijn stoel. Zo dicht mogelijk tegen de muur gedrukt. Zo ver mogelijk van het meisje naast hem. Het meisje maakte een Citotoets. Zijn hele lijf wilde niet in de buurt zijn van de toets. Zo’n angst………

Via de mail hebben we verder contact. School zorgt dat alle medewerkers ’s ochtends bij de deur op de hoogte zijn. Als we maandag aankomen, zal de klassenassistent worden gebeld. Hij komt dan naar beneden om Zoon rustig naar binnen te helpen. Hoe fijn is dat. Alle begrip.

Vrijdag is Zoon ziek thuis. Oververmoeid. Niet zo gek na zo’n week. Tijd voor rust. Maandag zal hij weer naar school gaan. Dat ritme moet blijven. Als Zoon niet gaat, zal de drempel nog hoger voor hem worden. Zo werkt dat bij Zoon. Separatie angst. Door hem niet te laten gaan wordt die angst groter als hij daarna weer wel moet.

Terwijl ik dit verhaal schrijf, ligt Zoon vlakbij. Op een matras, in de woonkamer. Een stukje terug in zijn ontwikkeling, door de angst. Het is zoals het is. Het is niet anders. Vijf stappen terug, binnenkort weer drie vooruit. Zo zal het gaan. Zoon zegt het zelf. “Ik blijf nog zo tot de toetsweek voorbij is. Als ik zeker weet dat ik de toets niet meer zie. Daarna is het over.” Als de toetsweek voorbij is dus. Dan is het klaar. Dan kan Zoon weer naar de slaapkamer, dan slaapt hij weer beter. Dan zien we de sprongen weer. Dan kan hij er over praten. Met de therapeut. Achteraf. De helpende gedachten. De oplossingen. Van tevoren over je angst praten is nog te eng. Dat gaat nog niet. Dat komt nog wel. Als hij er klaar voor is.

Waar die enorme angst vandaan komt? Niemand weet het. Zoon weet het zelf ook niet. Het is er gewoon. MCDD. Ongrijpbaar. En toch weer niet. Zoon weet zelf wanneer het weg zal zijn. En zo zal het gaan.

De inspecteur vraagt aan de school waarom Zoon zijn Cito niet heeft gemaakt. Hij was niet toetsbaar en ja, dat staat in zijn ontwikkelingsperspectief, in de evaluatie……………………

Maak van een mug een vlinder, elke dag weer.

Natasja

Maak van een mug een vlinder,
vrijheid,
denken in mogelijkheden,
van kwetsbaarheid naar kracht,
onderwijs,
dochter in de puberteit,
zoon autisme/MCDD

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.